La Paz - Oruro - Uyuni - Salar de Uyuni & Reserva Eduardo Avaroa
Potosi - Sucre & Tarabuco - Samaipata - El Fuerte - Amboró Park - Santa Cruz
Trinidad -
Rio Mamoré - La Paz - Tiahuanaco - Copacabana - Isla del Sol

Vier maanden op reis

Na 3 weken Guatemala, ruim 2 weken Nicaragua, 5 weken Ecuador en alvast 4 weken Peru, staken we de grens over van Bolivia. Dit bleek weer een geheel ander, maar prachtig land te zijn. En vooral koud...

La Paz

Een prima tocht gehad van Puno (Peru) naar La Paz en ook de grensovergang ging voorspoedig. Bij de grens moesten we overstappen op een andere bus en dan merk je meteen een groot verschil: die aan Boliviaanse kant was erg krakkemikkig! Het plan was trouwens om meteen de volgende dag naar Uyuni verder te reizen maar omdat er gestaakt werd (zoals zo vaak in Bolivia) zouden de treinen waarschijnlijk niet rijden. Dus het schema omgegooid en bedacht om dan maar naar Santa Cruz te gaan en pas later naar Uyuni. Lekker door La Paz geslenterd en een heerlijke zak Haribo drop gekocht die binnen no-time op was. Ook nog wat gedronken bij Pepe's Coffee Bar (aanrader) en de bizarre Heksenmarkt bezocht, waar je lama foetussen kunt kopen om onder je toekomstige huis te begraven. Zou voorspoed en geluk brengen...

Uyuni

Dag later, toen we net onze busrit naar Santa Cruz wilden regelen, hoorden we van andere reizigers dat de treinen toch reden en het reisbureautje kon gelukkig nog plaatsen reserveren voor de bus naar Oruro. Flexibel als we zijn, het oude schema er weer bij gepakt en onze spullen gehaald omdat we binnen een half uur moesten vertrekken. Ook nog snel hotel Avenida in Uyuni gebeld om een kamer te regelen. Vervolgens met een bus naar het busstation gebracht en hier dan toch om 10.45 uur vertrokken. De trip naar Oruro ging voorspoedig tot bleek dat er opnieuw sprake was van een staking! Ditmaal waren het studenten die de weg blokkeerden, met rotsblokken en brandende autobanden. Net toen de chauffeur bedacht weer terug naar La Paz te rijden, kregen we te horen dat we de staking konden omzeilen via de woestijn. Dit bleek inderdaad het geval en nog net de trein gehaald. Deze trein zag er overigens voor Boliviaanse begrippen vrij luxe uit. Zaten recht voor de tv, hadden veel beenruimte, kregen een gratis cola en wat koekjes (helaas niet zo lekker) en genoten van het uitzicht. Het genieten duurde echter maar kort... Vanuit de roosters kwamen bergen stofzand naar binnen! Ademhalen werd steeds lastiger en dus vertrokken we naar een andere coupé. Ook hier kregen we last van hetzelfde probleem en al snel bedekte iedereen z'n mond en neus. Dit zandhappen stopte pas na 6 uur bij aankomst in Uyuni! Hier bleek al snel hoe koud het zou gaan worden. We hadden al gehoord van de barre weersomstandigheden maar tot je er zelf bent, kun je je er geen voorstelling van maken. Erg prettig voor koukleumen als wij! Het hotel Avenida was overigens niet veel soeps: koud, zéér basic met slechts een druppel warm water! Het tanden poetsen maar gelaten voor wat het was en als een speer thermisch ondergoed, pyjama's, sokken en mutsen aangetrokken en onder een laag van 5 dekens gaan liggen. Het bleef koud...

Salar de Uyuni en Reserva Eduardo Avaroa

Na een dag op ons gemak te hebben gedaan en het hotel al te hebben vastgelegd voor als we terug zouden komen, vertrokken we voor 3 dagen naar Salar de Uyuni. De trip geboekt bij Andrea Tours en daar zijn we goed over te spreken. Samen met Leonardo (bestuurder/gids), zijn vrouw Barbara (kokkin) en 2 andere stellen (Iers en Engels/Spaans) zaten we opeengepakt in een toen nog knalrode jeep! Al snel bleek dat onze gids en zijn vrouw minder te vertellen hadden dan verwacht maar waren de twee koppels prima gezelschap! Na een bezoek aan het treinenkerkhof en het gehucht Colchani (dé plek waar meer dan 20.000 ton zout per jaar wordt verwerkt) eindelijk de grootste zoutvlakte ter wereld, de Salar de Uyuni, opgereden. Sinds Cusco zijn we niet meer onder de 3000 meter geweest en ook de Salar ligt erg hoog, op 3653 meter. Het leek wel één grote sneeuwvlakte, zo wit! Na het proeven van slechts een korreltje, constateerde Simon dat het toch echt om zout ging. Vervolgens naar een heus hotel van zout (niet meer in gebruik) gereden, dat er maar eigenaardig en koud uitzag. Overigens valt het weer overdag wel mee als de zon maar schijnt en er niet teveel wind staat. Daarna op weg gegegaan naar Isla de los Pescadores waarbij we onze gids de meest belachelijke vragen hebben gesteld om hem wakker te houden aangezien zijn vrouw het niet deed en hij gewoon met zijn kop op het stuur lag te pitten! Nu valt er op zo'n vlakte weinig te botsen, maar toch... Heelhuids aangekomen bij het eiland van de Pescadores, zo genoemd omdat het de vorm van een vis heeft en vol met gigantisch, grote cactussen staat. Wij hoefden niet zo nodig naar de Mirador te lopen maar omdat we geen kaartje kochten, bleken we ook niet naar het toilet te mogen. Zelfs niet als we er voor wilden betalen!? Achter een cactus gaan zitten, was ook geen optie! Uiteindelijk hebben we met een kleine leugen toch een 'wc-ticket' kunnen kopen voor 2 bolivianos door hen te overtuigen dat Simon zo'n last van zijn benen had dat hij onmogelijk naar de Mirador kon klimmen maar toch echt naar de wc moest! Na de lunch weer op pad gegaan en tegen de avond, inmiddels de Salar de Uyuni verlaten, bij onze slaapplek in San Juan aangekomen. Hier bleek het Spaans/Engelse koppel niet helemaal blij met alle 1-persoonsbedden aangezien hen was verteld dat ze in 2-persoonsbedden zouden slapen. Wij vonden dit niet zo'n ramp, we waren allang blij dat het echte bedden waren (verhalen gehoord van reizigers die op een matje van stro of een stenen bed moesten slapen) maar binnen niet al te lange tijd regelde Leonardo toch een andere, veel betere plek. Douchen zat erl niet in tijdens deze trip maar dat wil je ook helemaal niet met die kou! Het avondeten bleek prima en na een warme kop thee, op tijd ons bed ingedoken (we moesten wel want het licht ging om 21.00 uur uit).

Tweede dag alweer vroeg vertrokken en ons lopen verbazen over het landschap: zo indrukwekkend mooi, gewoon niet met een foto vast te leggen! De jeep was inmiddels niet zo rood meer en wij niet meer zo schoon, zoveel zand kwam er naar binnen! In de verte de vulkaan Ollagüe zien liggen (op de grens met Chili) en zoals alle toeristen plaatjes lopen schieten bij de Arbol de Piedra. Naast een aantal prachtige meren met flamingo's ook heel wat vicuña's gezien (wilde lama variant) en een Andesvos, pal naast de jeep. De viscacha, mengeling van een konijn en eekhoorn, helaas niet gespot. In de namiddag aangekomen bij laguna Colorada (een meer met rood water, veroorzaakt door plankton en algen) en de ingang van het Nationale Reservaat 'Andina Eduardo Avaroa'. Vlakbij het meer lag onze tweede slaapplek, waar we met z'n allen op één kamer moesten! Voor ons geen probleem maar de rest moest even slikken aangezien ze nog niet eerder met anderen op één kamer hadden gelegen. Ondanks dat het steenkoud was in de slaapkamer, had het 'eetgedeelte' gelukkig een kacheltje.

De laatste dag nog vroeger uit de veren gemoeten omdat één stel verder zou reizen naar Chili. Daardoor half in het donker aangekomen bij Sol de Manaña en het geiserbasin en dus helaas niet echt goede foto's kunnen maken. Hadden echter ook geen zin om langer te blijven want het was hier stervenskoud! Opwarmen in het thermaalbad van Polques klonk aangenamer... Simon dan, Inge vond het opwarmen van haar voeten al voldoende. Het water was lekker warm maar de buitenlucht zó koud! Na deze warmte en een heerlijk ontbijtje nog een bezoek gebracht aan laguna Verde (groen ivm hoge concentraties aan lood, arsenicum, calcium en sulfaat) en laguna Blanca (wit ivm het ijs). Vervolgens afscheid genomen van het Spaans/Engelse koppel en de rit terug naar Uyuni gemaakt met slechts één stop om te lunchen en de Valle de Rocas te bezoeken. Leonardo kon opnieuw niet zijn ogen open houden (het is ook een lange rit en ze werken non-stop) dus hadden wij er weer een dagtaak aan om hem wakker te houden! Onderweg nog enkele Zuid-Amerikaanse struisvogels gespot, hier ñandú genoemd. Veilig en wel 's avonds in Uyuni teruggekeerd en na een heerlijke pizza te hebben gegeten in Minuteman-Pizza bleek hotel Avenida ineens niet meer op de hoogte van onze reserveringen (het Ierse stel had ook een reservering). Er was zogenaamd niemand vertrokken de afgelopen 3 dagen. Ja doei, niemand blijft 3 dagen hangen in Uyuni! Hoorden we daar van een jongen dat hij net was aangekomen en gewoon een kamer had gekregen. Het hebben van een reservering zegt dus niets en liegen kunnen ze in dit hotel als de beste! Verontschuldigingen konden er al helemaal niet af, Simon schoot een beetje uit z'n slof en werd vervolgens uitgescholden door de 2 vrouwtjes voor 'gringo abusivo'. Of hij wel wist dat wij in hún land waren! Spullen uiteindelijk maar gepakt en naar het vlakbij gelegen hotel Julia gegaan! Bleek een geweldig en stuk warmer hotel met de beste douche tot nu toe! Na een prima nacht 's ochtends de bus gepakt naar Potosí, slechts 6 uur maar over een hobbel-de-bobbel-weg: zandhappen dus!

Potosí

Potosí, de hoogste stad in de wereld (4090m hoogte) en in de koloniale tijd beroemd om zijn zilver uit de heuvel 'Cerro Rico' (daarom toen de grootste en rijkste stad van de westelijke hemisfeer). Het bezoek aan de muntslagerij Casa Real de la Moneda gaf ons door de geweldige gids, historicus en schrijver in spé een goed beeld van de geschiedenis. Nadat het zilver uit de mijnen was gehaald en verwerkt tot zilveren staven, werd het door een ingenieus apparaat (door ezels aangedreven) tot dunne plaatjes geperst en later met de hand tot munten geslagen. Bij de onafhankelijkheid in 1825 is de Casa Real de la Moneda leeggeroofd en geen enkele gouden munt is teruggevonden. Slechts 8 zilveren munten van onschatbare waarde zijn nog in het museum te bezichtigen. Nu worden alle munten in het buitenland gemaakt.

Een bezoek aan één van de mijnen behoort ook tot de highlights en er zijn 2 opties. Bij de eerste optie ga je behoorlijk diep de mijn in terwijl je onderweg geniet van giftige gassen, voorbijrazende karretjes, temperaturen van 45 graden en passages waarbij je moet kruipen. Bij de tweede optie verblijf je op een veiliger niveau en adem je dus nauwelijks giftige gassen in. De verhalen van anderen gehoord hebbende over de eerste tour (mooi, maar nooit meer) en het feit dat we geen giftige gassen in wilden ademen, besloten we om de veilige tour te doen (vertrekt drie keer per dag vanaf de kathedraal). Het bleek gebruikelijk om wat voor de mijnwerkers mee te nemen en dus kochten we voordat we de mijn ingingen cadeautjes zoals water, coca bladeren en dynamiet. Met als gids een ex-mijnwerker (maar liefst 12 jaar in de mijnen gewerkt) zijn we vervolgens met laarzen, helmen en poncho de mijn ingegaan. Al snel bleek deze tour avontuurlijker dan gedacht: één en al modder, voorbijkomende karretjes, veel bukken, mijnwerkers die aan het beitelen waren en niet zichtbare maar wel duidelijk hoorbare explosies! Op een gegeven moment roken we duidelijk gas en moesten we de gang uit! Ondergronds ook nog een groet gebracht aan 'El Tio', ofwel de God van de mijnen, die eruit ziet als de duivel. De grote zilveraders zijn in de koloniale tijd al uitgehakt omdat in die tijd het zilver zowat aan de oppervlakte lag. Indigena's moesten verplicht in de mijnen werken met veel doden als gevolg. Een groot misverstand uit deze tijd is dat ook slaven uit Afrika werden verplicht in de mijnen te werken. Van onze gids, historicus en schrijver in spé bij de Casa Real de la Moneda vernomen we dat dit niet het geval was aangezien zij niet goed tegen het koude klimaat konden. Zij werden wel in de smeltovens van de muntslagerij ingezet, waar de temperatuur heel hoog was.

Potosí zelf is een aardige stad met mooie, koloniale gebouwen en dus moest er nog een beetje gewandeld worden. Midden in de stad, in het stille steegje 'van de 7 bochten' vonden we het echter wel genoeg aangezien we achterna werden gezeten door een valse hond. Simon viel op de grond (hield er een grote, blauwe plek aan over en vieze kleren) en kon maar net de hond van zich af trappen terwijl Inge het al op een lopen had gezet! Tijd voor iets anders en een taxi naar Sucre geregeld: slechts 2 1/2 uur rijden en maar 10 bolivianos per persoon!

Sucre & Tarabuco

In Sucre bleek het lastig om een hotel te vinden en na 4 hotels te hebben bezocht, belandden we uiteindelijk in Hostal los Pinos. Soort van oké kamer maar beetje vreemd personeel en de veringen kwamen uit het matras. Sucre, ook wel 'de witte stad' genoemd aangezien de meeste koloniale gebouwen wit gekleurd zijn, is de officiële hoofdstad van Bolivia en een leuke stad om een tijdje te verblijven: mooie huizen, smalle straatjes en leuke tentjes. Eén van die tentjes is Joyride, gerund door een Nederlander met kroketten, Bossche bollen en bitterballen op de menukaart! Zó lekker dat we er een keer of vier hebben gegeten. Echt een aanrader! Sucre is trouwens qua klimaat veel aangenamer dan Uyuni en Potosí en dus konden de handschoenen en mutsen weer de rugzak in!

Dé Dino tracks vonden we ook een bezoek waard. In 1994 is vlakbij Sucre een grote site gevonden met behoorlijk wat tracks van verschillende soorten dinosaurussen, al zijn we alle namen alweer vergeten. Hadden ook nog de Casa de la Libertad (waar de onafhankelijkheid in 1825 werd uitgeroepen) willen bezoeken maar die blijkt nu op maandag gesloten te zijn. Balen, want volgens de Lonely Planet is deze alle dagen geopend. Eerlijk gezegd zijn we deze reis niet erg tevreden over de Lonely Planet reisgidsen, met name die van Ecuador, Peru en Bolivia aangezien ze niet echt up-to-date zijn!

Naast de gebruikelijke highlights van Sucre ook de zondagsmarkt van Tarabuco bezocht. Een gezellige, kleurrijke markt maar niet zo groot als de markten in Ecuador.

Samaipata

Een uur te laat vertrokken richting Samaipata maar echt erg vonden we dit niet. We zouden namelijk al rond drie 's nachts aankomen en elk uur later was mooi meegenomen. De bus zelf was een prima bus en ook echt een bus-cama: stoelen konden zowat helemaal plat en dat is uniek want gewoonlijk koop je een kaartje voor een bus-cama maar blijkt het in de praktijk gewoon om normale stoelen te gaan. Na twee klapbanden pas om 06.00 uur Samaipata binnengereden en meteen in een taxi gestapt naar finca La Vispera. Deze finca, gerund door een Nederlands stel dat al 22 jaar in Bolivia woont, is echt een aanrader: prachtige omgeving en prima 'casitas' om veel langer dan een paar dagen te verblijven! En Samaipata zelf is een heel relaxed plaatsje met een heerlijk klimaat.

El Fuerte

Na nog een paar uur te hebben geslapen en heerlijk te hebben geluncht, stond onze taxi van 's ochtends alweer klaar om ons naar de ruïnes van El Fuerte te brengen. Samen met nog een Nederlands stel langs de ruïnes (je mag er niet meer op) geslenterd, waarvan de betekenis niet helemaal duidelijk is. Waarschijnlijk was het een plek voor religieuze doeleinden maar volgens één of andere von Daniken zou deze ruïne een vertrek -en landingsbaan zijn geweest voor buitenaardse wezens...

Park Amboró

Wilden nog even sportief doen en hebben een pittige, 5 uur durende hike gemaakt aan de rand van het Amboró park onder leiding van een gids. De kans bestond om de condor te zien en wat apen. Er loopt heel wat meer rond zoals de brilbeer, jaguar of puma, maar die zie je gelukkig maar zelden... Uiteindelijk alleen wat vogels, vlinders en viscacha's gezien maar de hike was geweldig en warm! Volgende ochtend wel wat teken moeten verwijderen! Aangezien ons huisje bij La Vispera ons zo goed beviel, besloten we een dagje langer te blijven: beetje zonnen, beetje niksen en genieten van een BBQ. We hadden hier nog weken kunnen blijven...

Santa Cruz

In Samaipata een taxi geregeld, dit keer naar Santa Cruz, omdat een bus nemen vrij lastig bleek en het niet zo veel kost (25 bolivianos, nog geen 3 euro, per persoon mits je met z'n vieren bent). Op het busstation lopen twijfelen wat we wilden gaan doen: of terug naar La Paz of naar Trinidad. En aangezien we wel zin hadden in een plek waar amper toeristen komen, werd het een enkele reis Trinidad. Na eerst nog door Santa Cruz te hebben gelopen en wat te hebben gegeten (deze moderne stad lijkt compleet niet op de rest van Bolivia) in een bus-cama gestapt. Dit keer was de bus-cama dus niet een bus-cama en hebben we amper geslapen.

Trinidad

Vroeg in Trinidad aangekomen waar we op het busstation werden verwelkomd door zwarte krekelachtigen van zo'n 15 centimeter. Gatver! De meeste hotels bleken al vol te zitten maar nadat de taxichauffeur ons eerst nog wilde afzetten (hadden 10 afgesproken maar meneer vroeg ineens 30), dachten we een kamer te hebben in Monte Verde. Geen superhotel maar kamer 10 voldeed. Op het moment dat we met de kerel een prijs van 130 (niet goedkoop!) afgesproken hadden, komt er een stel binnen die 160 wil betalen: dag, kamer! Gelukkig nog een plekje gevonden in het Beni hotel. Na een prima (goedkoop) ontbijtbuffet in een peperduur hotel, een trip geboekt voor dezelfde dag naar de Mamoré rivier en de pampas.

Rio Mamoré

Omdat we op het laatste moment hadden geboekt, moesten we achterin de bak van een pick-up truck. We zaten best oké totdat de weg verslechterde, we in één grote stofwolk terechtkwamen en takken onze armen schramden. Je wilt avontuur of niet! Onderweg naar de rivier al enkele capibara's en verschillende vogels gezien maar tijdens de riviertrip nog veel meer voorbij zien vliegen en weer eens roze rivierdolfijnen voorbij zien roetsjen! Geweldig om te zien maar lastig om zo'n dolfijn vast te leggen. Ook nog wat rivierschildpadden zien genieten van het zonnetje maar zodra je dichterbij kwam, schoten ze pijlsnel het water in. Nog een kleine, primitieve gemeenschap bezocht waar de verse vis op tafel lag en 2 jonge meisjes een zojuist gedood, wild zwijn, gingen slachten! We hadden hier eigenlijk het laatste beetje van het gedoneerde geld willen achterlaten maar helaas bleek de leraar van het schooltje niet aanwezig, net als het dorpshoofd, en om al het geld aan de kinderen te geven, leek ons niet zo'n goed plan. Trinidad is een relaxed plaatsje maar er valt niet veel te beleven. We hadden gehoopt met het vliegtuig snel weer weg te kunnen maar helaas, er was voor die dag geen ticket meer te krijgen. Dus langer in Trinidad gezeten dan we hadden gewild maar uiteindelijk een dag later toch een vlucht kunnen boeken. Vliegen paste eigenlijk niet meer in ons budget maar we hadden geen zin om 30 uur in een bus te zitten naar La Paz.

La Paz

We wisten al dat onze vlucht van Trinidad naar La Paz niet met een Boeing zou zijn maar het vliegtuigje bleek toch heel wat kleiner dan gedacht! Slechts plek voor 20 man met één rij stoelen aan iedere kant en zo laag dat rechtop lopen onmogelijk was. En dan hebben we het nog niet eens over het geschommel, zo boven de Andes! Gelukkig veilig geland, al was het geen prettige daling, en een taxi genomen naar Posada del Angel (prima hotel en een stuk goedkoper dan ons hotel van de vorige keer). Aangezien we in een uur tijd van 235 meter naar zo'n 3600 meter gingen, voor de zekerheid een aspirine genomen maar de hoogte bleek ons wederom niet veel te doen. La Paz vinden we trouwens een prima stad maar mist volgens ons een gezellig Plaza de Armas. Toch is een bezoek aan Bolivia niet compleet zonder in La Paz te zijn geweest. De vorige keer al aardig wat van de stad gezien dus nu lekker door de stad gelopen, het interessante Coca Museum bezocht, wat souvenirs aangeschaft en weer een zak drop gekocht.

Tiahuanaco

Op eigen houtje met openbaar vervoer naar de ruïnes van Tiahuanaco gegaan. Net als de ruïnes van Ingapirca in Ecuador vonden wij deze niet echt de moeite waard en al helemaal niet voor een entreeprijs van 10 dollar per persoon! Binnen no-time waren we weer terug in La Paz waar we ons hebben verwend met een frietje speciaal en een kipsaté bij Sol y Luna!

Copacabana

Vervolgens met de bus (kwam ons, lekker makkelijk, bij het hotel ophalen) naar Copacabana gereden: een klein dorpje, prachtig gelegen, aan de Boliviaanse kant van het Titicaca meer. Prima kamer gekregen in hotel La Cúpula. Wel zonder eigen douche en dat bleek niet zo slim: overdag schijnt de zon en is het heerlijk warm maar 's avonds dus niet. Gelukkig maakte de gaskachel in de kamer en de geleende kruik veel goed! In het dorpje de gigantische kathedraal (Copacabana is een pelgrimsoord) bezocht en hier ontdekt wat cha'lla inhoudt. Zodra mensen een 'nieuwe' auto, bus, truck of wat dan ook hebben gekocht, rijden ze hiermee naar de voorkant van de kathedraal om hun aankoop te zegenen en om bescherming te vragen. Dit doen ze door bijvoorbeeld hun auto vol te hangen met linten en vlaggen, een speelgoedautootje op de grond te zetten in de hoop dat ze de volgende keer een betere auto kunnen kopen, en de auto te besprenkelen met heilig water en alcohol. Bijzonder om te zien.

Isla del Sol

Ook nog een dag naar Isla del Sol geweest maar helaas was de boot zo ontzettend langzaam (ruim 2 uur heen en 2 uur terug) dat we minder tijd op het eiland konden doorbrengen dan gehoopt. Toch een mooie hike gemaakt (ruim 3 uur) waarbij we onderweg nog enkele ruïnes hebben bezocht. Leuk, al worden we eerlijk gezegd wel een beetje ruïne-moe. Het eiland heeft trouwens amper honden en dat maakte de hike gelijk een stuk aangenamer!

De volgende middag de bus gepakt en weer de grens overgestoken met Peru, waar we de laatste twee weken van onze trip zouden doorbrengen.

Terug naar top


 


© copyright Simon and Inge